mrt 19, 2020 | nieuws
Download het werkboek Samen lokaal in beweging en de Wensenkaart.
Tussen alle grote woorden en maatregelen om de transitie van fossiel naar een duurzame energievoorziening mogelijk te maken vallen lokale energie-initiatieven vaak nauwelijks op. Maar in een jaar tijd nam hun aantal met zo’n honderd toe tot ruim boven de vijfhonderd. Lokale initiatieven spelen een belangrijke rol in het realiseren van de energietransitie. TNO en Buurkracht ontwikkelden een werkboek om lokale clubs te helpen bij het verder verduurzamen van wijk of dorp.
Voor veel bewoners heeft het aanschaffen van duurzame maatregelen of het participeren in duurzame initiatieven echter geen prioriteit. Lokaal opererende organisaties hebben daardoor moeite om nieuwe deelnemers te werven en om deelnemers zover te krijgen dat ze energiemaatregelen nemen.
Praktische tips en tools
Het werkboek Samen lokaal in beweging (SLIB) beschrijft welk traject je lokaal moet doorlopen om meer mensen te betrekken en te motiveren om acties in gang te zetten gericht op de energietransitie. Aansluiting bij bestaande initiatieven, ook van heel andere aard, kan daarbij slim zijn. Het werkboek biedt een stappenplan met praktische tips en tools. Het kwam tot stand met medewerking van twee lokale initiatieven in het Friese dorp Nij Beets en de wijk Zuiderburen in Leeuwarden. Hier werd de aanpak van TNO en Buurkracht in de praktijk getoetst.
Samen projecten in duurzaamheid opzetten
In Nij Beets is dorpscoöperatie ‘Krigel’ actief om het dorp te verduurzamen, hierin werken ze samen met Buurkracht. Ze wilden graag meer jonge mensen bereiken en kwamen er tijdens het doorlopen van de SLIB aanpak achter dat hun doelstellingen veel overlap hebben met die van de jaarlijkse Spelweek voor kinderen in het dorp. Sietske Dijkstra Postma: “Door jullie onderzoek is het proces op gang gekomen om samen met de scholen en de commissie van de Spelweek een project op te zetten over duurzaamheid.”
Sybren Bruining van Buurkracht buurtteam Zuiderburen Hempens in Leeuwarden: “Een verrassende uitkomst van onderzoek was dat in onze buurt, met uitsluitend luxe, vrij nieuwe woningen, toch bijna een derde van de inwoners meer dan de helft van hun inkomen uitgeeft aan woonlasten. Omdat de energietransitie flinke investeringen vraagt, maar woonlasten mogelijk ook kan reduceren, is dat een belangrijk gegeven. Een ander inzicht is dat de buurt het heel erg eens is over de sterke kwaliteiten zoals ruimte, groen en water. We zien kansen één van deze kwaliteiten, het groen, verder te verbeteren.”
Draai het om
“Waar het in de kern op neerkomt, is het gebruik maken van sociale cohesie”, zeggen Djoera Eerland van Buurkracht en Joke Kort van TNO. “Lokale initiatieven spelen een belangrijke rol in de energietransitie, maar hebben moeite om iedereen te bereiken. De energietransitie heeft lang niet voor iedereen de hoogste prioriteit. Door mensen te verbinden rond thema’s die ze bezighouden en waarmee ze actief zijn, verlaag je drempels en maak je kans op succes groter. Breng eerst sociale cohesie tot stand, zorg dat mensen elkaar vertrouwen en enthousiast worden. Niet beginnen met de energietransitie; je moet het omdraaien.”
Puur praktische aanpak
Onderzoekers Nicole de Koning en Caroline van der Weerdt: “We hebben als TNO al veel onderzoeken gedaan naar het versnellen van de energietransitie en hoe je dat het beste kunt realiseren. Nu hebben we een praktische aanpak vanuit kleinschalige initiatieven ontwikkeld. Vaak willen mensen van alles maar hebben ze behoefte aan houvast, onderbouwing, structuur. Die bieden we met het werkboek. Uit de twee pilots in Friesland bleek dat deze aanpak werkt. Mensen raakten echt enthousiast.”
Stappenplan
Voor de ontwikkeling van de methode deed TNO onder meer literatuuronderzoek en leverde Buurkracht kennis vanuit de praktijk. De aanpak bestaat uit vier stappen. De eerste is het in kaart brengen van wensen en waarden in de buurt met de Wensenkaart. Dat ‘dwingt’ het lokale initiatief na te denken over wat er echt speelt in hun omgeving, wat ze belangrijk vinden en zo gerichte keuzes te maken.
De tweede stap bestaat uit het gezamenlijk vaststellen van de rode draad en vervolgactiviteiten. Dan gaat het erom uit de waarden en wensen te distilleren waar de aandacht naar uit moet gaan. Er worden verbanden zichtbaar, tussen zaken die mensen echt bezig houden, bijvoorbeeld energie, afval, verkeer, of eenzaamheid. Een succesvol initiatief op sportgebied kan uitgangspunt worden om met verduurzaming aan de slag te gaan.
Stap drie is het maken van een concreet plan en zo sociale cohesie te stimuleren. Het werkboek bevat een checklist om de doelgroep, kernactiviteiten, mensen en middelen, communicatie, kosten en opbrengsten en meer vast te stellen.
Stap vier is het evalueren van de eerste drie stappen. Daarin is het van belang ook verbeterpunten en negatieve ervaringen te benoemen om ervan te leren.
Download hier het werkboek Samen lokaal in beweging en de Wensenkaart.
mrt 12, 2020 | nieuws
Energietransitie en klimaatadaptatie: twee werelden van verschil… of toch niet? U en ik zien deze domeinen vanuit onze professies weliswaar als afzonderlijke gebieden, en dat zíjn ze feitelijk ook, maar voor de gemiddelde bewoner is de scheidslijn een stuk minder zichtbaar. Sterker nog, het zijn termen die in de hoofden van veel bewoners voor een min of meer zelfde iets staan. Ze hebben allebei te maken met milieu (en dus) klimaat (en dus) noodzakelijke maatregelen. Hier ligt een kans!
Binnen het ambtelijke apparaat vallen energietransitie veelal onder andere professionals dan degenen die zich buigen over het klimaatbestendig maken van de omgeving. Als blijkt dat die hokjes in het ‘echte’ leven een stuk minder duidelijk zijn dan binnen de overheidsmuren, kún je heel hard je best gaan doen om die kaders wél juist te krijgen. Dat kost tijd, veel tijd, en dus ook geld. Het leidt tot onbegrip en verwarring onder burgers. En ondertussen levert het onnodig vertraging op en worden niet de stappen gezet die er werkelijk toe doen: het nemen van energiebesparende en klimaatbestendige maatregelen.
Zó kan het ook
Wat ook kan, is de boel omdraaien. Uitgaan van het gegeven dat burgers energietransitie en klimaatadaptatie nu eenmaal zien als een geheel en ze vanuit dat gegeven aanmoedigen tot actie over te gaan Dat is niet alleen efficiënter, maar leidt ook tot minder onbegrip en meer daadkracht bij de burger. We kennen allemaal wel de situatie waarbij de ene maand de stoep is opengebroken om een elektriciteitskabel te vervangen en dat een maand later diezelfde stoep weer openligt, omdat dan het riool aan de beurt is. Iets was logischerwijs tot de nodige frustratie en ongemakken leidt bij burgers en ook nog eens geldverkwistend overkomt (en is!). Als bewoners zelf ideeën hebben die ze willen uitvoeren is het voor de goede afloop essentieel ze niet te vermoeien met bureaucratisch gedoe. Fungeer juist als goede facilitator en moedig ze aan. Dat werkt niet alleen stimulerend richting bewoners, schotten in het ambtelijke apparaat blijken in een keer ook stukken makkelijker te overbruggen.
Waar het om hoort te draaien: actie
De Rotterdamse wijk Prinsenland is een voorbeeld dat laat zien hoe het ook kan. Het bitumen op de daken van veel woningen daar is aan vervanging toe. Voor bewoners aanleiding dit collectief aan te pakken. En dóór te pakken. Want behalve nieuw bitumen komt er ook beplanting op de daken, wat een positief effect heeft op hittestress. Én veel bewoners laten ook nog eens zonnepanelen plaatsen. Met één actie nemen bewoners niet alleen hun eigen dak onder handen, maar leveren ze bovendien een positieve bijdrage op het gebied van klimaatadaptatie en de energietransitie (zónder dat ze zich bewust zijn van deze hokjes!). De buurt kan rekenen op ondersteuning van de gemeente, zoals het verstrekken van een aantrekkelijke subsidie. Zo maken zowel de gemeente als bewoners met elkaar de leefomgeving leefbaarder, duurzamer en groener. Dát is waar het omgaat, hoe dat achter de schermen is georganiseerd is ondergeschikt.
Deze column van Roel Woudstra, directeur Buurkracht, verscheen ook in Binnenlands Bestuur
feb 11, 2020 | case, nieuws
Een mooie prestatie in Eindhoven: zowel de bewoners van de Sintenbuurt als de bewoners van de Generalenbuurt hebben hun aardgasvrijplan opgeleverd! De bewoners van beide pioniersbuurten hebben ruim een jaar lang actief meegedacht hoe zich optimaal voor te bereiden op het van het gas gaan.
Met als resultaat: een aardgasvrijplan met daarin concrete suggesties voor maatregelen die je nu al kunt nemen om je voor te bereiden op aardgasvrij wonen, zoals isoleren. Een knappe prestatie van deze betrokken buurtbewoners. En het bewijs dat bewoners zelf de aanpak naar aardgasvrij kunnen bepalen.
Voor en door bewoners
Het meedenkteam van de Sintenbuurt overhandigde begin februari het plan aan wethouder Rik Thijs. Twee weken later kreeg de gemeente het buurtplan Aardgasvrij Voorbereid van de Generalenbuurt overhandigd. De bewoners pakken meteen door. Op korte termijn wordt een platform opgericht en gestart met de vervolgfase van de energietransitie: de woningen nu voorbereiden op de toekomstige stap naar aardgasvrij.
Aardgasvrijplan van de Sintenbuurt
Aardgasvrijplan van de Generalenbuurt
feb 4, 2020 | nieuws
Gemeenten hebben de taak een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de landelijke CO2-reductie. Om van een thema als energietransitie een succes te maken, is het nodig dat ook burgers zich bewust zijn van de urgentie en hun bijdrage leveren. Makkelijk gezegd. Maar wat als je je bedenkt dat gemiddeld maar liefst 40 procent van de grond in gemeenten particulier bezit is. Hoe zet je als gemeente particuliere woningbezitters in beweging? Een bijkomend vraagstuk is daarbij: focus je daarbij op de zogenaamde koplopers, degene die het initiatief (willen) nemen en de kar trekken, of richt je je als gemeente meteen op al je inwoners?
Het is een mooie en gewenste gedachte: alle inwoners van een gemeente tegelijk actief proberen te betrekken, te ondersteunen en zo gelijke kansen te bieden. Toch is het afbreukrisico groot en kan dit nobele uitgangspunt het einddoel in de weg staan, omdat het haar eigen weerstand creëert.
Vermijd afbreukrisico
We kunnen niet meer om de energietransitie heen, toch zijn er nog altijd veel mensen die het verduurzamen van hun woningen niet als prioriteit zien. Niet per se omdat ze de relevantie niet inzien, maar omdat er tal van dagelijkse zaken ook belangrijk zijn en alle aandacht vragen. Denk je eens in wat er gebeurt als zo’n bewoner het idee krijgt dat de gemeente ‘opeens’ van alles erdoor probeert te duwen. Nog een ‘moeten’ erbij werkt niet motivatie verhogend en bovendien ontstaat het risico dat allerlei andere ontevredenheden worden geprojecteerd. Voordat je het weet, sta je als gemeente 2-0 achter en dat terwijl je nog maar net bent begonnen…
De buurman is de beste ambassadeur
Hoe de trein dan wel gaat rijden? Door selectief te zijn. Door te richten op de koplopers die de buurt of wijk mee weten te krijgen, ongeacht factoren als waar ze precies wonen, wat de samenstelling van het huishouden is en welk inkomen er binnenkomt. Dit zijn de mensen die een intrinsieke motivatie hebben op het gebied van verduurzamen en alles wat daarmee samenhangt, de buurt kennen en/of graag actief en betrokken zijn. Van hen moet je het als gemeente hebben. Zij willen wel, staan open voor ondersteuning en zijn bovendien gedreven om samen met buurtbewoners hiermee aan de slag te gaan. En laat dát nou net werken, want er is geen betere ambassadeur dan je buurvrouw of buurman.
Zo komt iedereen in beweging
Het verdient een pluim dat gemeenten in hoog tempo forse duurzame stappen willen zetten. Toch is mijn advies: hold your horses. Investeer in het in kaart brengen van je koplopers en verbindt deze met elkaar. Én, niet onbelangrijk, geef ze de benodigde support. Door ze bij te staan met inhoudelijke adviezen en door ze te ondersteunen bij praktische zaken. Zoals middelen om de hele buurt te informeren over plannen of door de kartrekkers in de media naar voren te schuiven als succesvol voorbeeld. Van buurtbewoners die gezamenlijk isolatiemaatregelen nemen tot wijkbewoners die met elkaar plannen maken hoe van het gas te gaan. Zo ontstaan er binnen een gemeente succesverhalen én een vliegwieleffect. Immers, wie wil er nu geen deel uit maken van een succes?
Deze column van Roel Woudstra, directeur Buurkracht, verscheen ook op: https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/opinie/columns/wijkpioniers-kunnen-energietransitie-vlot-trekken.12176592.lynkx
jan 28, 2020 | nieuws
Gezellig met je buren rond de al dan niet virtuele tafel en dan je energierekeningen vergelijken. In Den Haag zijn EnergyParty’s al enige tijd in zwang. Met klinkend resultaat: bijna alle deelnemers nemen kleine maatregelen en 58 procent ook grote, zoals zonnepanelen en isolatie. Buurkracht maakt er nu een landelijk fenomeen van. De eerste gemeenten zijn al met EnergyParty’s aan de slag en sinds kort zijn er ook de digitale edities. Een kijkje in de keuken.
Grote troef bij de EnergyParty’s zijn de gespreksleiders: vrijwilligers met hart voor duurzaamheid en een goede training op zak. Lars Nanninga is een van hen. “Wij gaan op bezoek bij de gastheren en -vrouwen van de EnergyParty’s”, vertelt hij. “Zij nodigen zelf buren uit, zo veel als om de tafel passen, en zorgen voor een hapje en drankje. We schuiven aan met een tas vol spullen. Zoals een kaartspel met alle grote een kleine energiebesparingsmogelijkheden die er zijn. Het gaat van zonnepanelen en isolatie tot aan tochtstrips en ledlampen.”
Grote verschillen
Als de deelnemers hun energierekeningen naast elkaar leggen, komen de gesprekken snel op gang. Lars: “We maken het energieverbruik van de deelnemers zichtbaar en vergelijkbaar op onze ‘PartyChart’. Hoewel de buren vaak wonen in vergelijkbare woningen, zie je dan grote verschillen. Hoe komt dat, is dan de eerste vraag. Natuurlijk scheelt het of je met z’n vijven woont of alleen, en of je altijd thuis bent of niet, maar het zit ook in gedrag. Mensen die alle lichten dag en nacht laten branden, of de thermostaat op 23 °C hebben staan verbruiken echt meer. En vaak zijn ze zich daar niet van bewust .”
De ultieme trigger
Grootgebruikers weten dat meestal best van zichzelf en hebben ook wel een vermoeden waarom hun rekening zo hoog is, valt Lars op. “Een oude ketel, een koude buitenmuur, nonchalance. Het leuke is dat zo’n EnergyParty vaak de trigger is om daar nu echt eens iets aan te doen. Als je ziet dat je buren de helft minder gas en stroom gebruiken, is dat zeker een aansporing.”
Gouden tips uitwisselen
Ook de beste scores komen tijdens de EnergyParty aan bod: waar zit dat lage verbruik in? Wat kunnen de buren daarvan opsteken? “Een tip die het goed doet is de cv-ketel omlaag draaien naar 70 °C – meer is vaak niet nodig om je huis comfortabel te krijgen. Zeker niet als je ook radiatorfolie gebruikt, en radiatorventilatoren die de warmte sneller verdelen. De EnergyParty levert vaak ook ideeën op om maatregelen samen op te pakken, met de hele buurt. Zoals isolatie of zonnepanelen. Dat kan flink schelen in de kosten.”
Wereld te winnen
De stemming zit er altijd goed in: “Voor deelnemers is het een leuke manier om elkaar beter te leren kennen en energie is een opgewekt onderwerp. Zelf raak ik er ook door geïnspireerd. Sinds ik EnergyParty’s begeleid, heb ik alweer een muur geïsoleerd, voorzetramen geplaatst en isolatieplaten in de voordeur verwerkt. Zo is er voor iedereen wat te halen. Er zit altijd nog wel ergens enkel glas of een kier waar je niet op bedacht was. En het leuke is dat je met een kleine beurs ook verrassend veel winst kan halen. Juist in dat bewustzijn is nog een wereld te winnen.”
Ook aan de slag?
Buurkracht en 070Energiek, de initiatiefnemer van de EnergyParty, hebben de handen ineengeslagen om de EnergyParty landelijk beschikbaar te maken. Succes verzekerd! Neem voor meer informatie contact op via support@buurkracht.nl.
jan 17, 2020 | nieuws
Helga Sasbrink: aanpak op buurtniveau wérkt
Als je een gezamenlijk doel hebt, waarom zou je dan niet samen optrekken? Zo denken de wooncoaches in Wierden-Enter er ook over. Zo bundelen ze onder meer hun krachten met Buurkracht om energiebesparing in de buurten een boost te geven. “Met die buurtaanpak willen we doorgaan.”
Helga Sasbrink meldde zich meteen aan toen de gemeente samen met Duurzaam Thuis Twente vrijwilligers zocht om bewoners te enthousiasmeren voor energiebesparende maatregelen. Zo werd ze in 2016 opgeleid tot wooncoach onder de vlag van stichting Duurzame Energie Wierden-Enter. Met haar collega-wooncoaches bemant ze inmiddels ook het lokale Energieloket. “Jaarlijks adviseren we een paar honderd gemeentegenoten, ook bij hen thuis aan de keukentafel”, vertelt ze. “We hebben contacten in alle buurten. Voor Buurkracht waren wij dan ook een logische partner.”
Samen in actie in de buurt
Daar kwam bij dat Helga en de buurtbegeleider bij Buurkracht, Miranda Scheffer, elkaar nog kenden van hun werk bij Stichting Duurzame Energie Wierden-Enter. “We zagen al snel mogelijkheden om samen acties uit te zetten in verschillende buurten via de Buurtaanpak Energie van Buurkracht. Afgelopen jaar hebben we samen een zonnepanelenactie georganiseerd voor Grote Maat/de Aa, waarvoor veel belangstelling was. In november zijn we gestart met een isolatie-actie samen met drie isolatiebedrijven uit de gemeente Wierden. Deze loopt behalve in Grote Maat/de Aa ook in Plan-Oost, waar al eerder acties zijn geweest. De informatieavond is door ruim 50 bewoners bezocht.”
Zaadje geplant
Helga ziet de belangstelling voor verduurzaming in de gemeente groeien. “Ook de media-aandacht helpt daar natuurlijk bij. De meeste mensen weten inmiddels dat we van het aardgas af gaan en willen best een steentje bijdragen aan CO2-reductie. Velen nemen bijvoorbeeld stroom af van ons enorme zonnepark De Groene Weuste in Wierden. Informatiesessies van de gemeente worden goed bezocht. En onlangs deden 88 bewoners mee aan onze warmtescan-actie waarbij we met een infraroodcamera warmtelekken in beeld brachten. Het is niet realistisch om te verwachten dat iedereen meteen alle mogelijke maatregelen neemt, maar het zaadje is geplant. Wij zijn dan ook zeker van plan om door te gaan met de buurtgerichte aanpak: de kracht zit in de herhaling.