Amerikaanse verkiezingen voor eenheid?

Amerikaanse verkiezingen voor eenheid?

Tsjonge jonge, hoe heeft het in de VS zover kunnen komen? Hoe heeft het kunnen gebeuren dat een volk zo tegenover elkaar is komen te staan? De verdeeldheid van het ene land, zorgde afgelopen week voor verbroedering in ons land. Een tijdelijke, want eenmaal terug in de dagelijkse realiteit blijkt de onderlinge afstand ook in ons land groot. Overheid en bewoners staan steeds verder van elkaar af. Net als de afstand tussen bewoners. En overheidsland zelf is een lappendeken aan allerlei instituten. Niet de beste basis voor het tackelen van grote maatschappelijke issues.
Het goede nieuws is dat we in ons land met z’n ruim 17 miljoenen de overheid zíjn. Wat betekent dat we niet alleen recht van spreken hebben, maar dat we ook kunnen en mogen doen. Steeds meer mensen zijn zich hiervan bewust. Zij hebben jeukende handen, zij wachten niet af en gaan zelf aan de slag. Deze initiatiefnemers zijn een groot goed. Zij zorgen niet alleen goed voor zichzelf, zij weten bovendien hun buurtgenoten te bereiken en te mobiliseren. Hoe meer mensen hiervan doordrongen raken, door goede voorbeelden om zich heen te zien, hoe meer mensen ook tot actie overgaan.
Deze actieve bewoners begrijpen heel goed dat de overheid er voor iedereen is en dat daar uiteindelijk ook het democratische besluit wordt genomen. Maar ze willen wel serieus worden genomen. En dat betekent dat ze heel graag van de gemeente en andere overheden horen wat hun kaders zijn, welke rol ze mogen spelen en welk proces wordt gevolgd. Dat vraagt bij overheden om een verandering in mentaliteit en van de organisatie. Alleen zo worden bewoners als volwaardige stakeholder gezien en wordt het participatieproces een vast onderdeel van alle overheidsprocessen.
Dit betekent ook dat actieve bewoners hun uiterste best moeten doen om zoveel mogelijk bewoners te betrekken bij hun activiteiten. En uit de praktijk weten we: hoe meer verschillende activiteiten door bewoners worden opgepakt, des te meer bewoners mee gaan doen. Zo’n organisatie van actieve buurtbewoners komt er meestal niet vanzelf, dus ook dit vergt vanuit de overheid noodzakelijke aandacht. En dat is het dubbel en dwars waard. Want zonder actieve bewoners die hun omgeving willen verduurzamen, de buurt veiliger of mooier wil maken, of in de zorg bijspringen, gaat het de overheid namelijk niet lukken om grote maatschappelijke issues of problemen op te lossen.
Kortom we hebben bewoners nodig die doen en een overheid die oog heeft voor saamhorigheid. Een proactieve houding aangevuld met de juiste ondersteuning doet al wonderen. Voor wat meer verbondenheid hoeven we dus echt niet te wachten op de volgende Amerikaanse verkiezingen.
Deze column verscheen eerder in Binnenlands Bestuur waarvoor Roel Woudstra periodiek schrijft.
Dwarsbomen gemeenten hun eigen duurzaamheidsdoelen?

Dwarsbomen gemeenten hun eigen duurzaamheidsdoelen?

Bewoners die zelf groene initiatieven starten, lopen bij de gemeente regelmatig tegen een muur op. Dat beeld rijst op uit een steekproef van Trouw onder 225 burgerinitiatieven. Ondertussen waarschuwt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) lokale bestuurders dat ze bewoners te weinig betrekken bij hun klimaatplannen. Vlek op vlek. Roel Woudstra, directeur van stichting Buurkracht: “Stop met op de rem trappen, neem bewoners mee en omarm de burgerbeweging. En geef hun daarbij ruimte én kaders. Want beide zijn nodig.”

Gemeenten staan voor de opgave om voor 2050 – en liefst eerder – te zorgen dat alle woningen aardgasvrij zijn. “Ambtenaren zijn hier al jaren druk mee bezig, maar bij de meeste bewoners staat dit onderwerp echt niet in de top 5 van hun dagelijkse agenda”, zegt Woudstra. “Gemeenten realiseren zich dit soms onvoldoende. Het gebeurt nog te vaak dat ze bewoners – voor hun gevoel out of the blue – een brief sturen waarin staat dat hun wijk als een van de eerste in de gemeente van het aardgas afgaat. Dan is het logisch dat je op weerstand stuit. Daarmee is niet gezegd dat mensen duurzaamheid en de energietransitie niet belangrijk vinden. Wel dat je ze beter mee moet nemen. Stap voor stap. Daarbij is het belangrijk dat het proces helder is dat je goed duidelijk maakt hoe bewoners zelf invloed kunnen uitoefenen op gemeentebesluiten. Want bewoners begrijpen heel goed dat de gemeente het algemene belang moet dienen, en niet alleen dat van de bewoners. Op die manier werk je aan vertrouwen, en dat is essentieel om niet alleen de ‘groene gekkies’, maar iederéén mee te krijgen.”

Buurtinitiatieven als groene motor
De ervaring van Buurkracht is dat buurtinitiatieven hierbij goed kunnen helpen. “Als een paar enthousiaste bewoners afval willen prikken in de buurt, een moestuin aanleggen of samen zonnepanelen of een groene daken inkopen, zie je dat andere buren al snel aanhaken. Zo’n groene beweging kan ook beginnen met iets anders, zoals de speeltuin rookvrij maken, of parkeerplekken. Het gaat erom dat bewoners de kracht ontdekken van samenwerken; dat is vaak een opmaat naar duurzame initiatieven die goed aansluiten bij de duurzame doelen van gemeenten. Helaas herken ik ook het beeld uit de steekproef van Trouw dat ambtenaren nogal eens op de rem trappen. Dat ze schermen met regeltjes, of moeilijk doen over een klein startbudget. Terwijl je die initiatieven beter kan omarmen. Juist die enthousiaste koplopers die voor verbinding zorgen in de buurten heb je als gemeente nodig. Niet alleen voor verduurzamingstrajecten, maar voor álle terreinen waar gemeenten en bewoners elkaar tegenkomen.”

Stroomversnelling
Gelukkig ziet Woudstra ook veel – steeds meer – goede voorbeelden van gemeenten die bewoners betrekken bij hun duurzaamheidsdoelen en -aanpak en daarbij bewonersinitiatieven toejuichen. “Zo organiseert Wassenaar klimaattafels waar de gemeente bewoners uitnodigt om duurzame initiatieven op te zetten. Daar is onder meer een zeer succesvolle zonnepanelenactie uitgekomen. Wij zien ook dat het goed werkt om de wijkaanpak te verbreden –de verbinding die dit oplevert, geeft ook de groene beweging een impuls. Barsbeek is een mooi voorbeeld van een dorp waar een AED-actie uitmondde in een traject waarin bewoners zelf onderzoeken hoe ze hun huizen van het gas af kunnen krijgen. En waar de gemeente ervaart hoe samenwerken en meewerken met bewoners verduurzaming in een stroomversnelling brengt.”

Dit artikel verscheen in oktober 2020 in VNG Magazine

Column Roel Woudstra: Zitten gemeenten de groene burger dwars?

Column Roel Woudstra: Zitten gemeenten de groene burger dwars?

Column Roel Woudstra: Zitten gemeenten de groene burger dwars?

In aanloop naar de Duurzame 100 van dit jaar informeerde dagblad Trouw bij 225 burgerinitiatieven naar hun waardering van de gemeente. De antwoorden? Hoop op meer ondersteuning, maar ook frustratie over achterblijvende inspanningen van gemeenten. Ook de onlangs gepresenteerde concept-RES’en toonden aan dat er nog heel wat huiswerk te doen is als het gaat om de aansluiting met burgers. Zitten ‘gemeenten de groene burger dwars’, om in de bewoordingen van Trouw te spreken? Of ligt het anders?

Alle gemeenten in Nederland willen (en moeten) uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. In veel plaatsen is 2030 zelfs de ambitie. De ene gemeente is hierin proactiever en slagkrachtiger dan de andere. Maar hoe het ook zij, we komen hiermee wel meteen aan bij het eerste punt. Want waar het ambtelijke apparaat al geruime tijd met dit thema bezig is en de tijd dringt, staat voor de meeste mensen verduurzaming níet op de dagelijkse agenda. En zeker niet al geruime tijd. Wat niet wil zeggen dat Nederlanders duurzaamheid en de energietransitie niet belangrijk vinden, maar het verklaart wel dat gemeenten ‘te snel’ gaan in de beleving van hun inwoners: ze zitten niet gelijk in de wedstrijd.

Dat de wedstrijd in het echte leven niet gelijktijdig is gestart, brengt nog een risico mee. Namelijk dat bewoners het idee hebben dat er over ze heen wordt gewalst, dat ze niet worden meegenomen in de plannen, dat ze simpelweg te horen krijgen wat er staat te gebeuren. Wat weer veelal tot onbegrip leidt bij gemeenteambtenaren, want ‘we informeren de burger toch?’, het gevolg van de bubbel waar ze met elkaar in zitten. Het moge duidelijk zijn dat ook dit niet bevorderlijk is voor de samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners. En daarmee voor de energietransitie.

Dát verduurzamen niet boven aan de dagelijkse agenda staat van alle mensen, is begrijpelijk. Iedereen heeft verschillende wensen, agenda en interesses. Dat is ook helemaal niet erg. Sterker nog, maak hier gebruik van! Inventariseer wat er leeft in de buurt en vraag bewoners of ze hieraan een bijdrage willen leveren. Uit onze ervaringen blijkt dat er dan allerlei bewoners opstaan die samen aan de slag willen om hun buurt mooier, veiliger, duurzamer en vaak gezelliger te maken. Het gaat erom dat mensen in beweging komen, dát zorgt uiteindelijk voor een vliegwieleffect. Waarin verduurzaming misschien niet de motor, maar wel de bijvangst is. Het groepje jonge ouders dat zich hard heeft gemaakt voor een rookvrije speelplek, is bijvoorbeeld eerder genegen ook een steentje bij te dragen als andere buurtbewoners bezig zijn met een collectieve zonnepanelenactie. Gemeenten hebben nog te vaak hun energieoogkleppen op waardoor ze vergeten om zich heen te kijken en te ontdekken wat er nog meer speelt op lokaal niveau. En hoe ze hieraan kunnen bijdragen.

Of gemeenten moedwillig de groene burger dwarsbomen? Daar geloof ik niets van. Feit is wel dat er een stuk beter moet worden samengewerkt, met wederzijds begrip en vertrouwen, om te voorkomen dat de energietransitie aan weerstand en vertraging ten onder gaat. En dat kan ook, want alle ingrediënten hiervoor zijn voorhanden!

Deze column verscheen eerder in Binnenlands Bestuur waar Roel Woudstra, directeur Stichting Buurkracht, maandelijks voor schrijft.

Regionale Energiestrategieën: basis ligt er, nog veel huiswerk te doen

Regionale Energiestrategieën: basis ligt er, nog veel huiswerk te doen

Persbericht – De eerste stappen om tot 30 regionale energiestrategieën (RES) te komen zijn gezet. Het goede nieuws is dat het doel van 35 TWh uit het Klimaatakkoord behaald kan worden. Daar staat tegenover dat er belangrijke verbeterpunten zijn om de energieplannen ook ten goede te laten komen aan bewoners, lokale maatschappelijke initiatieven en aan de natuur en het landschap. De energieplannen – bedoeld om de energietransitie per regio te realiseren – dreigen de aansluiting met de samenleving te missen. Dit blijkt uit de analyse van de Participatiecoalitie (gevormd door Natuur en Milieufederaties, Energie Samen, HIER, Buurkracht, LSA) samen met Jong RES, de Jonge Klimaatbeweging en de Klimaat en Energie Koepel.
In 2030 moet er op land 35 TWh schone energie opgewekt worden, zo is in het Klimaatakkoord bepaald. Het afgelopen anderhalf jaar is in 30 regio’s gestart met de vraag hoe en waar het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) kan worden opgewekt. In de zogeheten regionale energiestrategieën beschrijven de regio’s hun keuzes. Ondanks de coronamaatregelen is er veel werk verzet en liggen er goede aanknopingspunten. Tegelijkertijd laat de analyse nog flinke verbeterpunten zien voor de RES 1.0, die op 1 juli 2021 afgerond moet zijn.
Annie van de Pas (netwerkdirecteur NMF): “De regio’s hebben hard gewerkt en de basis ligt er. Er is de komende maanden wel flink wat huiswerk te doen. De uitvoering van de RES 1.0 moet echt mét de brede samenleving. Dat is belangrijk om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen. De Participatiecoalitie, Jong RES, de Jonge Klimaatbeweging en de Klimaat en Energie Koepel blijven hier aandacht voor vragen en met de RES-regio’s samen hard aan werken.”
Belangrijkste adviezen
1. Zet de deuren van de RES veel meer open voor bewoners, jongeren en omgeving, die nu onvoldoende betrokken worden. Dit kan ook digitaal. Zorg ervoor dat gemeenten hier ook de capaciteit en middelen voor hebben.
2. Financiële participatie van omwonenden en het streefpercentage van 50% lokaal eigendom komen voor in bijna alle plannen. Het moet alleen concreter wil het niet bij goede bedoelingen blijven. Het is belangrijk dat gemeenten dit opnemen in hun beleidskaders en door de RES aangemoedigd worden om te kijken hoe het wél kan.
3. Afwegingen hoe ecologische en landschappelijke waarden worden meegenomen, ontbreken of zijn niet transparant. Kom per regio tot een afwegingskader voor natuur en landschap bij de energietransitie, kijk meer integraal naar de kansen tussen energieopwekking en natuur en landschap.
4. Zorg voor meer afstemming tussen de RES-regio’s wanneer er belangrijke potentiële zoeklocaties aan verschillende RES-regio’s grenzen, of als er meer koppelkansen kunnen worden gevonden door samen op te trekken. Anders komen we in de uitvoering in de problemen.
Dwarsbomen gemeenten hun eigen duurzaamheidsdoelen?

De Omgevingswet als het nieuwe poldermodel

Burgerparticipatie is verplicht in de Omgevingswet. Naast een verplichting is het ook een kans. Vroegtijdig en goed samenwerken zorgt voor verschillende perspectieven, meer draagvlak en betere besluiten. Verwachtingsmanagement is cruciaal, stelt Roel Woudstra, directeur van stichting Buurkracht.
Participatie kan op vele manieren. Daarom schrijft ook de Omgevingswet niet voor hoe participatie moet plaatsvinden. Toch is het de vraag die iedereen heeft en voor veel gemeenten en ambtenaren blijft het een uitdaging: hoe richt je het participatieproces goed in? ‘Participatie begint met het vaststellen van gezamenlijke doelen, het besluitvormingsproces aan de voorkant goed inrichten en inwoners op tijd betrekken, niet pas achteraf’, vertelt Roel Woudstra.

Input vooraf
‘Ambtenaren zijn van oudsher vooral gericht op het benaderen en betrekken van stakeholders, pas achteraf is er bewonersinspraak. Dat kun je ook omdraaien door mensen vooraf te vragen wat ze belangrijk vinden en te vragen of ze over dat onderwerp willen meedenken. Door verschillende onderwerpen te onderscheiden, krijg je verschillende gesprekspartners en voorkom je dat je alleen de “usual suspects” bereikt en betrekt. Als het over verkeersveiligheid gaat, melden jonge ouders zich bijvoorbeeld vaak. Bewoners geven graag input en komen ook met oplossingen. Die moet je vervolgens wel integreren in de bestaande structuren zoals wijk- en gemeenteraden. Uiteindelijk moet het gemeentebestuur toch een integrale afweging maken, dat is voor inwoners die zich meestal alleen met een deelbelang bezighouden vaak ook lastig.’

Helderheid over doel en proces
‘Wat daarnaast essentieel is, zijn heldere afspraken over het doel van de participatie. Er zijn grofweg twee vormen “informatieparticipatie” en “meedoenparticipatie”. Cruciaal is procedurele rechtvaardigheid in het participatieproces: wat ga je met de input van inwoners doen, daar moet je duidelijk over zijn. Mensen moeten duidelijk weten wat ze wel en niet kunnen verwachten van hun inzet; welke stappen neem je in welke volgorde. En, wat zeker ook belangrijk is, maak duidelijk dat de gemeenteraad en het college de eindbeslissing nemen: meedoen is niet hetzelfde als meebeslissen. Er zitten grenzen aan de invloed van inwoners, maar inwoners zijn de belangrijkste stakeholder voor raad en wethouders. Ik heb het nog niet meegemaakt dat de mening van bewoners zo maar terzijde wordt geschoven.’

Leercasus
‘De (gemeentelijke) overheid moet in veel gevallen nog leren hoe ze het participatieproces goed inricht, zeker als het gaat om de Omgevingswet. Ook gemeenteraden moeten wennen aan hun rol. Maar een belangrijk deel van de oplossing is het meenemen van inwoners en het proces goed schetsen; voor alle stakeholders, ook voor raden. Dat is complex maar je ontkomt er niet om hier duidelijk over te zijn. Om teleurstelling te voorkomen maar ook om procedures − vaak tot en met de Raad van State aan toe − te voorkomen. Soms komen die onverhoopt alsnog, maar als gemeente is je positie beter onderbouwd en sta je veel sterker als het maatschappelijk belang de boventoon heeft gevoerd en je het participatieproces goed hebt vormgegeven.’

Dit artikel verscheen in september 2020 in Binnenlands Bestuur

Twintig nieuwe SamenZONderAsbestprojecten in Friesland

Twintig nieuwe SamenZONderAsbestprojecten in Friesland

Het succes van het eerste Friese SamenZONderAsbestproject, een initiatief van ECoop dat onderdeel is van Buurkracht, heeft geresulteerd in een vervolg: het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân heeft opnieuw een subsidie beschikbaar gesteld, zodat twintig asbestdaken kunnen worden veranderd in daken waarop Mienskipsenergie geproduceerd wordt. Eigenaren van asbestdaken kunnen zich kosteloos melden voor een check om te bekijken of het dak en de locatie geschikt zijn.
Energiecoöperaties en eigenaren van grote daken kunnen professionele hulp krijgen bij het ombouwen van asbestdaken tot zonnedaken. De Provincie Fryslân stelt 150.000 euro beschikbaar om 20 daken in Fryslân aan te pakken. Het geld is bedoeld om dakeigenaren (zoals boeren) en energiecoöperaties te ontzorgen bij de realisatie. Projecten kunnen ingediend worden via www.samenzonderasbest.nl.
Inwoners die aangesloten zijn bij een energiecoöperatie profiteren van de opbrengst van de zonnepanelen. De coöperatie huurt het dak en van die opbrengsten kan de dakeigenaar de asbestsanering bekostigen. De opgewekte groene stroom gaat naar het elektriciteitsnet.

Evaluatie asbestregelingen

Sinds 2013 stimuleert de provincie de dubbelslag ‘asbest eraf, zonnepanelen erop’. In de afgelopen zeven jaar zijn 405 grote Friese asbestdaken aangepakt, zo’n 5,7% van het totaal. In 2017 was Fryslân de eerste met de zogenoemde Samenzonderasbest-aanpak waarbij huishoudens ook baat hebben bij een groot zonnedak. Deze aanpak blijkt het meest effectief. 268 huishoudens hebben hiervan geprofiteerd. Provincie Groningen voert de regeling ook in, Overijssel en Gelderland overwegen het.

Het belang van daken zónder asbest

Het gebruik van asbest is, net als het gebruik van fossiele brandstoffen, slecht voor mens en milieu. Daarom is de overgang naar een asbestvrije leefomgeving én het gebruik van duurzame energie noodzakelijk. Voor de verduurzaming van de energievoorziening heeft de overheid verschillende doelstellingen en stimuleringsmaatregelen vastgesteld.

Samen de asbestsanering én energietransitie versnellen

In de pilotprojecten van SamenZONderAsbest heeft ECoop een aanpak ontwikkeld waarin dakeigenaren en overige burgers samenwerken om zowel de energietransitie als de sanering van asbestdaken te versnellen. Kenmerkend voor de aanpak is dat verschillende landelijke en regionale stimuleringsmaatregelen worden gecombineerd, zodat het gezamenlijke effect ervan groter is dan dat van de verschillende regelingen afzonderlijk.

Eerste pilotprojecten

De eerste pilot is begin 2019 afgerond in Friesland. En met succes: 18 Friese daken zijn getransformeerd van een asbestdak naar een coöperatief zonnedak. In de provincie Groningen is medio 2019 de tweede pilot gestart. Deze pilot heeft ruimte om 120 daken aan te pakken en loopt nog.

Met steun van de Provincies

De steun van de Provincies zorgt ervoor dat de SamenZONderAsbest-aanpak zich steeds verder ontwikkeld. Het doel is te komen tot een landelijke regeling, zodat de sanering van asbestdaken een stevige impuls krijgt. En er tegelijkertijd ruimte ontstaat voor coöperatieve zonnedaken waarvan de dakeigenaren en de omwonenden profiteren.