Dwarsbomen gemeenten hun eigen duurzaamheidsdoelen?
Bewoners die zelf groene initiatieven starten, lopen bij de gemeente regelmatig tegen een muur op. Dat beeld rijst op uit een steekproef van Trouw onder 225 burgerinitiatieven. Ondertussen waarschuwt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) lokale bestuurders dat ze bewoners te weinig betrekken bij hun klimaatplannen. Vlek op vlek. Roel Woudstra, directeur van stichting Buurkracht: “Stop met op de rem trappen, neem bewoners mee en omarm de burgerbeweging. En geef hun daarbij ruimte én kaders. Want beide zijn nodig.”
Gemeenten staan voor de opgave om voor 2050 – en liefst eerder – te zorgen dat alle woningen aardgasvrij zijn. “Ambtenaren zijn hier al jaren druk mee bezig, maar bij de meeste bewoners staat dit onderwerp echt niet in de top 5 van hun dagelijkse agenda”, zegt Woudstra. “Gemeenten realiseren zich dit soms onvoldoende. Het gebeurt nog te vaak dat ze bewoners – voor hun gevoel out of the blue – een brief sturen waarin staat dat hun wijk als een van de eerste in de gemeente van het aardgas afgaat. Dan is het logisch dat je op weerstand stuit. Daarmee is niet gezegd dat mensen duurzaamheid en de energietransitie niet belangrijk vinden. Wel dat je ze beter mee moet nemen. Stap voor stap. Daarbij is het belangrijk dat het proces helder is dat je goed duidelijk maakt hoe bewoners zelf invloed kunnen uitoefenen op gemeentebesluiten. Want bewoners begrijpen heel goed dat de gemeente het algemene belang moet dienen, en niet alleen dat van de bewoners. Op die manier werk je aan vertrouwen, en dat is essentieel om niet alleen de ‘groene gekkies’, maar iederéén mee te krijgen.”
Buurtinitiatieven als groene motor
De ervaring van Buurkracht is dat buurtinitiatieven hierbij goed kunnen helpen. “Als een paar enthousiaste bewoners afval willen prikken in de buurt, een moestuin aanleggen of samen zonnepanelen of een groene daken inkopen, zie je dat andere buren al snel aanhaken. Zo’n groene beweging kan ook beginnen met iets anders, zoals de speeltuin rookvrij maken, of parkeerplekken. Het gaat erom dat bewoners de kracht ontdekken van samenwerken; dat is vaak een opmaat naar duurzame initiatieven die goed aansluiten bij de duurzame doelen van gemeenten. Helaas herken ik ook het beeld uit de steekproef van Trouw dat ambtenaren nogal eens op de rem trappen. Dat ze schermen met regeltjes, of moeilijk doen over een klein startbudget. Terwijl je die initiatieven beter kan omarmen. Juist die enthousiaste koplopers die voor verbinding zorgen in de buurten heb je als gemeente nodig. Niet alleen voor verduurzamingstrajecten, maar voor álle terreinen waar gemeenten en bewoners elkaar tegenkomen.”
Stroomversnelling
Gelukkig ziet Woudstra ook veel – steeds meer – goede voorbeelden van gemeenten die bewoners betrekken bij hun duurzaamheidsdoelen en -aanpak en daarbij bewonersinitiatieven toejuichen. “Zo organiseert Wassenaar klimaattafels waar de gemeente bewoners uitnodigt om duurzame initiatieven op te zetten. Daar is onder meer een zeer succesvolle zonnepanelenactie uitgekomen. Wij zien ook dat het goed werkt om de wijkaanpak te verbreden –de verbinding die dit oplevert, geeft ook de groene beweging een impuls. Barsbeek is een mooi voorbeeld van een dorp waar een AED-actie uitmondde in een traject waarin bewoners zelf onderzoeken hoe ze hun huizen van het gas af kunnen krijgen. En waar de gemeente ervaart hoe samenwerken en meewerken met bewoners verduurzaming in een stroomversnelling brengt.”
Dit artikel verscheen in oktober 2020 in VNG Magazine
Column Roel Woudstra: Zitten gemeenten de groene burger dwars?
Column Roel Woudstra: Zitten gemeenten de groene burger dwars?
In aanloop naar de Duurzame 100 van dit jaar informeerde dagblad Trouw bij 225 burgerinitiatieven naar hun waardering van de gemeente. De antwoorden? Hoop op meer ondersteuning, maar ook frustratie over achterblijvende inspanningen van gemeenten. Ook de onlangs gepresenteerde concept-RES’en toonden aan dat er nog heel wat huiswerk te doen is als het gaat om de aansluiting met burgers. Zitten ‘gemeenten de groene burger dwars’, om in de bewoordingen van Trouw te spreken? Of ligt het anders?
Alle gemeenten in Nederland willen (en moeten) uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. In veel plaatsen is 2030 zelfs de ambitie. De ene gemeente is hierin proactiever en slagkrachtiger dan de andere. Maar hoe het ook zij, we komen hiermee wel meteen aan bij het eerste punt. Want waar het ambtelijke apparaat al geruime tijd met dit thema bezig is en de tijd dringt, staat voor de meeste mensen verduurzaming níet op de dagelijkse agenda. En zeker niet al geruime tijd. Wat niet wil zeggen dat Nederlanders duurzaamheid en de energietransitie niet belangrijk vinden, maar het verklaart wel dat gemeenten ‘te snel’ gaan in de beleving van hun inwoners: ze zitten niet gelijk in de wedstrijd.
Dat de wedstrijd in het echte leven niet gelijktijdig is gestart, brengt nog een risico mee. Namelijk dat bewoners het idee hebben dat er over ze heen wordt gewalst, dat ze niet worden meegenomen in de plannen, dat ze simpelweg te horen krijgen wat er staat te gebeuren. Wat weer veelal tot onbegrip leidt bij gemeenteambtenaren, want ‘we informeren de burger toch?’, het gevolg van de bubbel waar ze met elkaar in zitten. Het moge duidelijk zijn dat ook dit niet bevorderlijk is voor de samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners. En daarmee voor de energietransitie.
Dát verduurzamen niet boven aan de dagelijkse agenda staat van alle mensen, is begrijpelijk. Iedereen heeft verschillende wensen, agenda en interesses. Dat is ook helemaal niet erg. Sterker nog, maak hier gebruik van! Inventariseer wat er leeft in de buurt en vraag bewoners of ze hieraan een bijdrage willen leveren. Uit onze ervaringen blijkt dat er dan allerlei bewoners opstaan die samen aan de slag willen om hun buurt mooier, veiliger, duurzamer en vaak gezelliger te maken. Het gaat erom dat mensen in beweging komen, dát zorgt uiteindelijk voor een vliegwieleffect. Waarin verduurzaming misschien niet de motor, maar wel de bijvangst is. Het groepje jonge ouders dat zich hard heeft gemaakt voor een rookvrije speelplek, is bijvoorbeeld eerder genegen ook een steentje bij te dragen als andere buurtbewoners bezig zijn met een collectieve zonnepanelenactie. Gemeenten hebben nog te vaak hun energieoogkleppen op waardoor ze vergeten om zich heen te kijken en te ontdekken wat er nog meer speelt op lokaal niveau. En hoe ze hieraan kunnen bijdragen.
Of gemeenten moedwillig de groene burger dwarsbomen? Daar geloof ik niets van. Feit is wel dat er een stuk beter moet worden samengewerkt, met wederzijds begrip en vertrouwen, om te voorkomen dat de energietransitie aan weerstand en vertraging ten onder gaat. En dat kan ook, want alle ingrediënten hiervoor zijn voorhanden!
Deze column verscheen eerder in Binnenlands Bestuur waar Roel Woudstra, directeur Stichting Buurkracht, maandelijks voor schrijft.
Regionale Energiestrategieën: basis ligt er, nog veel huiswerk te doen
De Omgevingswet als het nieuwe poldermodel
Burgerparticipatie is verplicht in de Omgevingswet. Naast een verplichting is het ook een kans. Vroegtijdig en goed samenwerken zorgt voor verschillende perspectieven, meer draagvlak en betere besluiten. Verwachtingsmanagement is cruciaal, stelt Roel Woudstra, directeur van stichting Buurkracht.
Participatie kan op vele manieren. Daarom schrijft ook de Omgevingswet niet voor hoe participatie moet plaatsvinden. Toch is het de vraag die iedereen heeft en voor veel gemeenten en ambtenaren blijft het een uitdaging: hoe richt je het participatieproces goed in? ‘Participatie begint met het vaststellen van gezamenlijke doelen, het besluitvormingsproces aan de voorkant goed inrichten en inwoners op tijd betrekken, niet pas achteraf’, vertelt Roel Woudstra.
Input vooraf
‘Ambtenaren zijn van oudsher vooral gericht op het benaderen en betrekken van stakeholders, pas achteraf is er bewonersinspraak. Dat kun je ook omdraaien door mensen vooraf te vragen wat ze belangrijk vinden en te vragen of ze over dat onderwerp willen meedenken. Door verschillende onderwerpen te onderscheiden, krijg je verschillende gesprekspartners en voorkom je dat je alleen de “usual suspects” bereikt en betrekt. Als het over verkeersveiligheid gaat, melden jonge ouders zich bijvoorbeeld vaak. Bewoners geven graag input en komen ook met oplossingen. Die moet je vervolgens wel integreren in de bestaande structuren zoals wijk- en gemeenteraden. Uiteindelijk moet het gemeentebestuur toch een integrale afweging maken, dat is voor inwoners die zich meestal alleen met een deelbelang bezighouden vaak ook lastig.’
Helderheid over doel en proces
‘Wat daarnaast essentieel is, zijn heldere afspraken over het doel van de participatie. Er zijn grofweg twee vormen “informatieparticipatie” en “meedoenparticipatie”. Cruciaal is procedurele rechtvaardigheid in het participatieproces: wat ga je met de input van inwoners doen, daar moet je duidelijk over zijn. Mensen moeten duidelijk weten wat ze wel en niet kunnen verwachten van hun inzet; welke stappen neem je in welke volgorde. En, wat zeker ook belangrijk is, maak duidelijk dat de gemeenteraad en het college de eindbeslissing nemen: meedoen is niet hetzelfde als meebeslissen. Er zitten grenzen aan de invloed van inwoners, maar inwoners zijn de belangrijkste stakeholder voor raad en wethouders. Ik heb het nog niet meegemaakt dat de mening van bewoners zo maar terzijde wordt geschoven.’
Leercasus
‘De (gemeentelijke) overheid moet in veel gevallen nog leren hoe ze het participatieproces goed inricht, zeker als het gaat om de Omgevingswet. Ook gemeenteraden moeten wennen aan hun rol. Maar een belangrijk deel van de oplossing is het meenemen van inwoners en het proces goed schetsen; voor alle stakeholders, ook voor raden. Dat is complex maar je ontkomt er niet om hier duidelijk over te zijn. Om teleurstelling te voorkomen maar ook om procedures − vaak tot en met de Raad van State aan toe − te voorkomen. Soms komen die onverhoopt alsnog, maar als gemeente is je positie beter onderbouwd en sta je veel sterker als het maatschappelijk belang de boventoon heeft gevoerd en je het participatieproces goed hebt vormgegeven.’
Dit artikel verscheen in september 2020 in Binnenlands Bestuur