Sterker in de wijk: de kracht van samenwerking in Utrecht

Sterker in de wijk: de kracht van samenwerking in Utrecht

De Participatiecoalitie bestaat uit vijf partners die vanuit hun eigen expertise werken aan een energietransitie mét en door bewoners. Door krachten te bundelen, kennis te delen en elkaar aan te vullen, versterken we elkaar. Dat doen we in heel Nederland, zo ook in Utrecht. In verschillende wijken werken collega’s van Buurkracht, Energie-U (Energie Samen), Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) en LSA bewoners samen. Buurtbegeleider Sabine Upperman is vanuit Buurkracht betrokken bij meerdere initiatieven in Utrecht: “Het mooie is dat we elkaar echt aanvullen. Iedereen brengt iets unieks mee. Zo maken we samen meer impact in de wijk.”

Samen de buurt in beweging brengen

In Utrecht Noordwest is Sabine samen met Wieke (Energie-U) en Laura (NMU) ‘ZET’, het Zuilens Energie Team, gestart. Een, nog steeds groeiende, actieve groep enthousiaste buurtbewoners die samen aan de slag zijn met verduurzaming. Sabine: “Buurkracht activeert en enthousiasmeert buren om deel te nemen, NMU koppelt strategie en natuurvriendelijke acties en Energie-U legt het contact met leveranciers en inkooppartners voor een gezamenlijke actie.”

Zelfstandig én verbonden in Noordoost

In de wijk Noordoost is de aanpak anders. Hier begeleiden LSA bewoners (namens wijkcoöperatie Griftstroom), Energie-U en Buurkracht ieder hun eigen buurten. Toch zoeken ze ook daar actief de samenwerking op. Er is onderling contact om af te stemmen, expertise te delen of buurtteams te verbinden. Zo zijn verschillende buurten betrokken bij ‘Gluren bij je groene buren’ waarbij bewoners bij elkaar binnenkijken om duurzame maatregelen in de praktijk te zien.

Leren van én met elkaar in een Community of Practice

Binnen de Participatiecoalitie zijn verschillende Communities of Practice (CoP’s) actief. In deze leernetwerken delen collega’s van de samenwerkende organisaties kennis, tools en ervaringen met elkaar. Jaarlijks worden er drie CoP-bijeenkomsten georganiseerd rond een concreet thema. Sabine: “In maart hadden we een workshop over wie je allemaal tegenkomt in het proces en in juni gingen we onder andere in op hoe je actief blijft in de zomerperiode. Die uitwisseling helpt enorm. Je leert van elkaar, werkt efficiënter en het is gewoon ook heel inspirerend om samen de schouders eronder te zetten. Precies wat we ook in de buurten zelf proberen over te brengen.”

TU Delft neemt participatietraject onder de loep

TU Delft neemt participatietraject onder de loep

Leren in de praktijk

Hoe krijg je structurele betrokkenheid van bewoners bij de energietransitie van de grond? En vooral: hoe doe je dat efficiënt op grote schaal, zodat het daadwerkelijk helpt de energietransitie te versnellen? Buurkracht heeft hiervoor een methodiek ontwikkeld die ze samen met de gemeenten Rotterdam, Zaanstad, Boxtel en Sint-Michielsgestel en Leeuwarden in de praktijk brengt. Om te laten zien dat het kan, maar óók om van te leren voor toekomstige trajecten waarbij samenwerking tussen bewoners en gemeenten essentieel is. In dit kader is ook de Technische Universiteit Delft betrokken.

In het onderzoek dat de TU Delft uitvoert, staat de rol van intermediairs zoals Buurkracht tussen gemeenten en bewoners bij de energietransitie centraal. Koren op de molen van universitair docent BinBin Pearce, die zich al jaren richt op de samenwerking tussen beleidsmakers, burgers en wetenschappers om complexe maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. “We zien dat er een kloof is tussen wat gemeenschappen belangrijk vinden en waar gemeenten over praten”, vertelt ze. “Dat heeft met verschillende factoren te maken die ervoor zorgen dat burgers terughoudend zijn om actief bij te dragen aan de energietransitie. Zoals een gebrek aan vertrouwen. Steeds meer mensen vragen zich af: waarom zou ik geloven wat de overheid zegt? Ook aan de onderbouwing van beleidsmaatregelen wordt getwijfeld. Daarnaast speelt een gevoel van maatschappelijke ongelijkheid. Het idee leeft dat vooral rijken profiteren van de energietransitie terwijl aan de andere kant energiearmoede heerst. En dan is er nog het gebrek aan informatie: zelfs mensen die wél de middelen hebben en iets willen doen, weten vaak niet goed hoe. Intermediairs kunnen helpen de brug te slaan. Maar hoe functioneert dat in de praktijk? Waar zit de werkelijke waarde van intermediairs en hoe ondersteunen zij de implementatie van de energietransitie? Dat willen we beter gaan begrijpen.”

Unieke kans

Het driejarige project van Buurkracht in samenwerking met de vier gemeenten vormt hierbij het ideale onderzoeksterrein. BinBin: “In allerlei casestudies komen we organisaties tegen die als intermediair optreden tussen gemeenten en gemeenschappen. Maar meestal komen ze min of meer toevallig in die positie terecht omdat het voor hun doel praktisch noodzakelijk is. Wat Buurkracht bijzonder maakt, is dat ze die verbindende rol juist heel expliciet en nadrukkelijk op zich neemt. Bij Buurkracht is dit de kern: het gáát om het organiseren van participatie. En het mooie bij dit project is dat dezelfde methodiek wordt geïmplementeerd in vier gemeenten van heel uiteenlopende omvang, met elk hun eigen context. Dat leidt tot verschillen in snelheid, in dynamiek en in reacties van bewoners, en ook daar kunnen we weer waardevolle inzichten uit opdoen. Bijvoorbeeld over wat er nodig is om de visies en verwachtingen van bewoners en gemeenten dichter bij elkaar te brengen. Een unieke kans.”

Leren om te blijven ontwikkelen

Buurkracht zelf kijkt evenzeer uit naar wat het Delftse onderzoek oplevert. “Onze aanpak is in de vier gemeenten is voor alle partijen nieuw, ook al bouwen we voort op de kennis en ervaring die we in ruim 800 buurten hebben opgedaan”, vertelt onderzoeker en ontwikkelaar Djoera Eerland. “We willen dan ook zo veel mogelijk leren van dit project. Dat doen we op drie manieren: door intern voortdurend het net op te halen, via intervisiebijeenkomsten met de deelnemende gemeenten en aan de hand van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Dat laatste is ook belangrijk voor ons omdat we eraan hechten dat wat we doen evidence-based is. Niet voor niets zoeken we sinds onze start in 2013 actief de samenwerking met universiteiten en hogescholen. Het onderzoek van de TU Delft past in die traditie. Voor ons is het vervolgens de uitdaging om de resultaten te vertalen naar concrete aanvullingen en aanpassingen in onze manier van werken en te gebruiken voor de (door)ontwikkeling van bruikbare tools.”

Deelonderzoeken

Het onderzoeksproject loopt gelijk op met het samenwerkingsproject in de gemeenten en bestaat uit verschillende deelstudies die BinBin coördineert. “In plaats van na afloop via een casestudy het falen of slagen van dit project te verklaren, willen we er vanaf het begin bij zijn. Dat is nodig om echt te begrijpen welke waarden gemeenten, gemeenschappen en buurtteams drijven.” Een promovenda in haar team onderzoekt de samenwerking tussen gemeenten en de gemeenschap: hoe werkt dat en hoe kan een tussenpartij als Buurkracht het proces versoepelen? Wat gebeurt er precies in die interactie? Daarnaast voeren studenten kleinere projecten uit in het kader van hun master. Zo zoomt één student nu in op de ambtelijke setting in de vier gemeenten – en de daarmee samenhangende verschillen en overeenkomsten in de ontwikkeling en implementatie van de energie- en warmtetransitie. Een andere student kijkt specifiek naar het verloop van het project in Rotterdam, en de rol van Buurkracht en de buurtteams die zich daar vormen. “De komende jaren blijven we het project volgen, waarbij er ruimte is voor meer deelonderzoeken, en we onze bevindingen breed beschikbaar stellen.”

Maatschappelijke impact voorop

De wijze van onderzoek waarvoor de onderzoeksgroep en Buurkracht hebben gekozen is effectief, zonder het proces te verstoren. BinBin: “We kiezen een opzet waarin we de onderzoeksvragen samen met de betrokkenen ontwikkelen. In dit geval in eerste instantie met Buurkracht, maar ook met bewoners en gemeenten. In die zin is het onderzoek ‘transdisciplinair’: als je een maatschappelijk vraagstuk als uitgangspunt neemt, heeft het geen zin je onderzoek te beperken tot bijvoorbeeld psychologie, of statistiek. Onze focus ligt niet alleen op kenniscreatie, maar op de praktische toepassing van kennis in de context waarin we werken, op bruikbaarheid en maatschappelijke impact. Dit brengt ook met zich mee dat we afstemmen met wie we in gesprek gaan, om vooral niet in de weg te lopen.” Djoera vult aan: “Het opbouwen van een netwerk en een gemeenschap is een kwetsbaar proces. Als er in dat prille stadium onderzoekers rondlopen die allemaal vragen stellen, loop je risico dat sommige mensen zich terugtrekken. Om dat te voorkomen, polsen wij voor de onderzoekers wie voor vraaggesprekken openstaan en leggen wij de eerste contacten. Zo kunnen we allemaal ons werk doen.”

Lees ook:

Op weg naar efficiënte participatie aanpak in de energietransitie

Menselijke energie in wijken in kaart gebracht

Gemeenten in gesprek over opschaling binnen de energietransitie

Waar de onderstroom en de bovenstroom elkaar vinden in de energietransitie

Waar de onderstroom en de bovenstroom elkaar vinden in de energietransitie

Samen sterk met buurkracht 2025

De samenwerking tussen gemeenten en bewoners in de energietransitie dreigt vast te lopen; dit is het beeld dat opstijgt uit de nationale buurkracht monitor 2025. Op 17 april, tijdens de derde editie van Samen sterk met buurkracht in ‘s- Hertogenbosch, staken ruim 120 ambtenaren en trekkers van buurt- en dorpsinitiatieven elkaar de hand toe. Zij konden niet wachten om gehoor te geven aan de oproep van gastspreker Jan Rotmans: ‘Stop met polderen, smeed een ‘coalition of the willing and able’ en neem het heft in handen.’ Sterker nog: ze zijn al begonnen.

Vanaf 13.00 uur stromen de deelnemers het terrein op van het sfeervolle Werkwarenhuis, een voormalige veevoederfabriek die is omgetoverd tot creatieve broed- en ontmoetingsplaats. Wanneer stipt om 13.30 uur het officiële programma start, brengt dagvoorzitter Helga van Leur het publiek met een spervuur aan vragen meteen in de actiestand. Sinds zij afscheid nam als weervrouw van RTL, zet ze haar expertise in om aandacht te vragen voor klimaatverandering en de noodzaak om duurzamer te leven. Zoals ook vandaag. Met enkele treffende beelden weet ze de juiste grondhouding op te roepen voor een dag van toenadering: een optische illusie die duidelijk maakt dat je – afhankelijk van de bril waar je door kijkt – dezelfde werkelijkheid anders kunt waarnemen dan je buurman, en een potje bubbelvoetbal. “Het spelletje is niet elkaar omver beuken, maar om vanuit verschillende bubbels samen te werken aan een gedeeld doel.”

Geen goed rapport

Helga’s inleiding vormt het perfecte bruggetje naar de presentatie van Djoera Eerland, die als ontwikkelaar en onderzoeker bij Buurkracht de uitkomsten van de nationale buurkracht monitor 2025 samenvat. Deze peiling van de samenwerking tussen gemeenten en bewoners laat zien dat het onderlinge vertrouwen daalt. Terwijl gemeenten hun handen vol hebben aan plannen maken rondom de energietransitie, zetten bewoners juist concrete stappen met verduurzamingsacties. Maar ze trekken nauwelijks samen op. En zorgelijker: alle randvoorwaarden voor samenwerking en vertrouwen, van duidelijkheid over rollen tot ondersteuning en gelijkwaardig partnerschap, krijgen van bewoners een onvoldoende. Op een 5,6 na voor de mate waarin gemeenten hun input meenemen in de hun plannen. Gemeenten oordelen al niet veel positiever.

Download hier het buurkracht magazine met de resultaten van de nationale buurkracht monitor 2025

Hoop voor de toekomst

Toch is er hoop voor de toekomst, benadrukt Djoera: “De wil tot samenwerken is er nog altijd. Het proces is vlot te trekken als gemeenten bewoners structureel bij hun plannen betrekken, hun interne organisatie inrichten op bewonersparticipatie en breder durven te kijken dan naar de energietransitie alleen. En ook voor bewonersinitiatieven zelf geldt: luister naar wat bewoners in jouw omgeving belangrijk vinden.” Genoeg stof om over verder te praten in het volgende programmaonderdeel, de paneldiscussie. Met Jan Boele en Caspar Eras als trekkers van bewonersinitiatieven, Jan Lock en Nessy Don Griot als gemeentevertegenwoordigers, Buurkracht-directeur Roel Woudstra en Tjalling de Vries, afdelingshoofd Algemeen Beleid Energietransitie van VRO en zelf actief betrokken bij een energiecoöperatie in zijn eigen buurt. Samen gaan zij in op de vraag: wat is er nodig om elkaar beter te vinden en te versterken?

Op je handen zitten

Jan Boele van het succesvolle dorpsinitiatief Bles2032 vindt dat bewoners hierin net zo goed een rol hebben als de gemeente. “Djoera vertelde net dat bewoners wachten op een uitgestoken hand van de gemeente. Waarom? Zoek die hand op, pak hem beet, en investeer in de verbinding.” Wethouder Jan Lock, met wie Jan Boele nauw samenwerkt, vult aan: “Als die hand eenmaal is beetgepakt, moet je het aandurven om op je handen te gaan zitten. Geef bewoners de ruimte en ga niet harder dan zijzelf.” Buurkracht-directeur Roel Woudstra valt hem bij en brengt nog een belangrijke nuance aan: “Zolang je maar op je handen zit met de intentie om samen verder te komen.”

Ludieke acties, nieuwe doelgroepen

Dit is ook wat het Rijk doet, vertelt Tjalling de Vries, die als afdelingshoofd Algemeen Beleid Energietransitie het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening vertegenwoordigt. “Wij vinden het belangrijk dat gemeenten zelf plannen maken. Onze rol daarbij is het aangeven van doelen en kaders waarbij we ook financieel gemeenten ondersteunen. Zo helpen we om de energietransitie mogelijk te maken.” Hij is aangenaam verrast over de voorbeelden die in de discussie naar voren komen van waar het wél goed gaat met de participatie. Zo vertelt Nessy hoe de gemeente er met ludieke acties – onder andere met een drie meter hoge stoel en virtual reality – in geslaagd is veel bewoners te enthousiasmeren. Waaronder ook veel jongeren en ouders van schoolgaande kinderen, doelgroepen die vaak moeilijk te bereiken zijn. “De uitdaging is nu om de interne organisatie betrokken te houden”, zegt ze. “Want ook wij merken dat die nog niet helemaal is ingericht op structurele samenwerking met bewoners.”

Een luchtig vervolg

Roel vult aan dat de kans groot is dat we eerst nog verder de onvoldoende in gaan, juist omdat we erachter komen dat je er serieus tijd in moet steken en we met elkaar nog lerende zijn. De discussie had nog lang kunnen boeien, maar er staat meer op de agenda. Te beginnen met een luchtig intermezzo van Tim Zeegers en Thomas Hoogendoorn. Als cabaretduo Flunknarf beelden zij uit hoe de interactie tussen een wethouder en een inwoner die een buurtinitiatief wil starten, in de praktijk zou kunnen lopen. Een hilarische sketch vol kwinkslagen naar wat eerder die dag is gezegd.

Discussietafels met rode draden

Tijdens de plenaire onderdelen heeft de zaal al bepaald niet stilgezeten, maar nu is het tijd om echt met elkaar aan de slag te gaan. In drie ruimtes staan lange discussietafels opgesteld verdeeld over drie thema’s: ‘onderling vertrouwen’, ‘langdurige samenwerking’ en ‘iedereen doet mee’. In sessies van 20 minuten gaan aan elke tafel gemêleerde groepen in gesprek. Iedereen praat over 2 thema’s met verschillende deelnemers. Over hun goede en minder goede ervaringen, over waar ze tegenaan lopen en wat er nodig is om samen stappen op deze thema’s te maken. Het gonst en het bruist en de discussies gaan alle kanten op, maar als de stof is neergedaald, blijven er een paar rode draden hangen. Zoals het hoge verloop bij gemeenten – ambtenaren wisselen vaker dan inwoners – en schotten tussen afdelingen. Ofwel: naast vertrouwen is er behoefte aan continuïteit en een brede aanpak. Zoals ook uit de buurkracht monitor kwam.

Stille revolutie

Inmiddels staat (in de woorden van Helga van Leur) ‘transitieprofessor en vetgave leuke gozert’ Jan Rotmans in de coulissen klaar om het grotere plaatje te schetsen achter al die particuliere ervaringen van de toegestroomde bewoners, medewerkers van gemeenten en de collega’s van Buurkracht. “Met alle kennis die ik heb, kan ik in tien minuten iedereen in een depressie storten”, zegt hij. Maar hij kiest voor de hoopvolle boodschap, waar hij ook echt in gelooft, en legt het accent op wat wél goed gaat. Bijvoorbeeld dat we 700 energiecoöperaties hebben, 450 zorgcoöperaties en 400 voedselcoöperaties. En dat we in Nederland de hoogste zonnepanelendichtheid ter wereld hebben. “Er is een stille revolutie gaande, met bewoners als motor.” Een revolutie die bovendien verder in een stroomversnelling komt naarmate er de chaos in de gevestigde orde toeneemt. “De overheid wordt onderheid, onderdanen worden bovendanen, onderstroom wordt bovenstroom.”

Wat is dan je antwoord?

Hij houdt de zaal voor dat revoluties nooit beginnen vanuit een breed draagvlak; het is geen doen om iedereen in hetzelfde tempo mee te nemen. “Alles wat groot is, is klein begonnen. Het start met leiderschap. En ik zie in deze zaal meer leiderschap dan in de hele Tweede Kamer bij elkaar.” Wie hier nog geen aansporing in hoort om vooral door te gaan, voelt die wel als Jan Rotmans bij zijn laatste dia aanbelandt. Een foto van zijn spelende kleinkind. “Er komt een dag dat je kinderen of kleinkinderen vragen: ‘Wat heb jij gedaan toen het nog kon?’ En wat is dan je antwoord?”

Voorbode van iets moois

Met deze indringende uitsmijter komt het officiële programma aan zijn eind. Wat nog rest is een korte wrap-up door Roel Woudstra, die de deelnemers net als Jan Rotmans aanspoort om vol te houden, al is er soms weerstand. “Als het schuurt, gebeurt er wél iets; moeilijke gesprekken zijn soms de voorbode van een positieve verandering.” Hij deelt een paar waardevolle tips die uit de discussies zijn gekomen, iets waar we de komende periode nog op terug gaan komen.

download het buurkracht magazine

In dit magazine lees je de resultaten van de nationale buurkracht monitor 2025: wat zijn de huidige uitdagingen binnen burgerparticipatie en aanbevelingen voor een sterkere samenwerking? Daarnaast vind je inspirerende voorbeelden van buurtinitiatieven en kleine acties die samen een groot verschil maken.

Naam *(Vereist)
Hidden
Privacyvoorwaarden(Vereist)
Ik wil de nieuwsbrief

Participatiecrisis: de energietransitie dreigt vast te lopen

Participatiecrisis: de energietransitie dreigt vast te lopen

Gemeenten en bewonersinitiatieven hebben elkaar hard nodig om grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie en klimaatadaptatie te realiseren. ‘De nationale buurkracht monitor 2025’ laat zien dat de samenwerking onder druk staat. Uit dit onderzoek blijkt dat het onderlinge vertrouwen daalt, dat bewonersinitiatieven zich onvoldoende betrokken voelen en gemeenten worstelen met capaciteit en beleidsdruk. De kloof tussen beleid en praktijk dreigt groter te worden.

Download het buurkracht magazine, met de resultaten van de buurkracht monitor 2025, hier.

Volgens Roel Woudstra, directeur van Buurkracht, is nu het moment aangebroken om in actie te komen: “Gemeenten en bewonersinitiatieven willen wel samenwerken, maar in de praktijk zien we dat dit tijd kost. Er is een structurele aanpak nodig waarin plannen en praktijk écht samenkomen. De periode van losse initiatieven is voorbij. Zonder actieve betrokkenheid van bewoners dreigt de energietransitie vast te lopen.”

Betrek bewoners structureel en vroegtijdig bij de plannen

Als bewoners wél betrokken worden, waarderen ze dat. De enige voldoende die bewoners in de monitor geven (5,6) is voor de mate waarin hun inbreng wordt meegenomen in plannen. Dat laat zien: meedoen werkt als het serieus gebeurt. Een goede samenwerking vraagt niet alleen om beleid, maar ook om organisatie. En om het besef dat bewonersinitiatieven niet alleen een ‘partij aan de zijlijn’ zijn, maar een essentiële schakel in de uitvoering van beleid. Vier op de tien gemeenten omschrijven hun relatie met bewonersinitiatieven als partnerschap. Bij bewonersinitiatieven is dit percentage fors lager (25%). Zij typeren de band eerder als een afstandelijke of transactionele relatie: er is contact, maar geen gelijkwaardigheid. Door een gelijkwaardig partnerschap aan te gaan, kunnen gemeenten en bewonersinitiatieven samen de energietransitie en andere maatschappelijke opgaven versnellen.

Gemeenten maken plannen, bewonersinitiatieven nemen actie

Een groot deel (70%) van de gemeenten zegt druk bezig te zijn met de klimaatdoelstellingen van 2030, maar vooral op beleidsniveau. Ze hebben hun handen vol aan plannen (zoals warmteprogramma’s, KIA, WUP) en nieuwe wetgeving (zoals Omgevingswet, WGIW, WCW). Dit versterkt het gevoel dat de kloof groter wordt, omdat bewonersinitiatieven juist concrete stappen zetten met energiebesparings- en verduurzamingsacties. Woudstra: “Profiteer als gemeente van actieve bewoners en ga het gesprek aan, zodat de acties aansluiten bij het beleid. Wees hierbij transparant, schets kaders en bied concrete ondersteuning. En voor bewonersinitiatieven geldt: betrek de gemeente bij je plannen. En vooral ook: praat met de buren. Kijk waar hun wensen en behoeften zitten. Dit is het moment om de kans te pakken om als gemeenschap echt mee te doen, mee te beslissen en het verschil te maken.”

Het risico: bewoners worden afhankelijk in plaats van zelfredzaam

Wanneer gemeenten bewonersinitiatieven overslaan of pas laat betrekken, wordt de kracht van bewoners om zélf verantwoordelijkheid te nemen ondermijnd. Dat is niet alleen zonde van hun energie en initiatief, het is ook contraproductief voor een samenleving waarin zelfredzaamheid en burgerkracht juist worden gekoesterd. Gebrek aan erkenning en ruimte zorgt ervoor dat initiatieven afhaken of nooit van de grond komen. Een gemiste kans, want juist bewoners weten wat er leeft in hun buurt en wat werkt in de praktijk.

Samen in gesprek

De resultaten, conclusies en aanbevelingen van ’de nationale buurkracht monitor 2025’ zijn tijdens het evenement ‘Samen sterk met buurkracht’ gepresenteerd. Donderdagmiddag 17 april gingen zo’n 150 betrokken beleidsmedewerkers en actieve bewoners met elkaar in gesprek over onderwerpen als vertrouwen en langdurige samenwerking. Woudstra: “De wil is er. Het vraagt van gemeenten om niet alleen te zenden of te informeren, maar om ruimte te bieden voor dialoog, co-creatie en samen optrekken. En het vraagt van bewoners om verantwoordelijkheid te nemen en de ruimte ook te durven pakken. Gelukkig zijn er ook goede praktijkvoorbeelden. Buurkracht brengt bewoners en gemeenten bij elkaar en helpt om van goede intenties echte samenwerking te maken, precies wat nodig is om de energietransitie te laten slagen.”

download het buurkracht magazine

In dit magazine lees je de resultaten van de nationale buurkracht monitor 2025: wat zijn de huidige uitdagingen binnen burgerparticipatie en aanbevelingen voor een sterkere samenwerking? Daarnaast vind je inspirerende voorbeelden van buurtinitiatieven en kleine acties die samen een groot verschil maken.

Naam *(Vereist)
Hidden
Privacyvoorwaarden(Vereist)
Ik wil de nieuwsbrief
Het buurtteam in Kloetinge is een voorbeeld voor heel Goes 

Het buurtteam in Kloetinge is een voorbeeld voor heel Goes 

In Kloetinge is een buurtteam in 2024 met hulp van Buurkracht aan de slag gegaan om hun buurt te verduurzamen. De eerste successen zijn letterlijk zichtbaar: zonnepanelen op de daken. Wim Twigt, buurtteamlid vanaf het eerste uur, deelt zijn ervaringen en vertelt over de kracht van samen met je buurt aan de slag gaan.

Wim raakt betrokken bij het buurtteam na een oproep van de Vereniging Dorpsbelangen Kloetinge (VDK). “Ik las een mailtje van de dorpsvereniging waarin ze vroegen naar mensen met interesse voor verduurzaming. Dat sprak me aan, dus ik heb me aangemeld.” De eerste kennismaking met andere geïnteresseerde voor het buurtteam was kleinschalig en nog wat onwennig. Uit de vragenlijst, die is uitgezet in de buurt, bleek voornamelijk interesse voor zonnepanelen.

Van twijfel naar actie

Het buurtteam startte dan ook met een informatieavond over zonnepanelen. “Mensen in beweging krijgen is een uitdaging.” De opkomst van die avond viel tegen, slechts 15 bewoners kwamen langs. Johan, buurtbegeleider bij Buurkracht, is trots op het doorzettingsvermogen van het team: “In het begin waren er twijfels, vooral toen er weinig aanmeldingen kwamen. Maar het team bleef gemotiveerd en is telkens doorgegaan. Nu liggen de eerste zonnepanelen op het dak en bereidt het buurtteam nieuwe acties voor.”

Meer buurkracht in Goes

Op dit moment doet het buurtteam onderzoek naar groene daken en gevelisolatie. “We organiseren 14 april een bijeenkomst over deze onderwerpen. Het is mooi om te zien dat er steeds meer interesse ontstaat voor verduurzaming.” Het buurtteam is een voorbeeld binnen de gemeente Goes en sluit aan op de campagne ‘Goes Aardgasvrij’. Ook in andere buurten in de gemeente gaat Buurkracht aan de slag. Wim ziet dat wel zitten en hoopt dat de aanpak van het buurtteam ook andere bewoners inspireert om in actie te komen. “We werken om morgen beter te maken. Als je eenmaal begint, merk je hoeveel je samen kunt bereiken. Het zou mooi zijn om jaarlijks een avond te organiseren met teams uit de gemeente. Zo kun je ervaringen uitwisselen en van elkaar leren.”

Lessen voor andere buurten

Wim heeft alvast een paar belangrijke tips voor andere buurtteams: “Wees geduldig en blijf in gesprek met je buurt. Het kost tijd om mensen te overtuigen, maar uiteindelijk werkt het. En maak gebruik van de ondersteuning van Buurkracht; alles staat klaar en het is laagdrempelig. Dat ontzorgt enorm.” Wim kijkt optimistisch naar de toekomst van Kloetinge. ““Als we met elkaar aan de slag gaan, kunnen we echt een verschil maken. Verduurzamen is niet alleen goed voor het milieu, maar versterkt ook de verbondenheid Zo werken we samen aan de vitaliteit van ons dorp.”

Samen afval prikken? In Willis groeit dat uit tot veel meer

Samen afval prikken? In Willis groeit dat uit tot veel meer

In de Zaanse wijk Willis begon het met een prikactie op de Landelijke Opschoondag op 22 maart. Een laagdrempelige manier om elkaar te ontmoeten én zichtbaar te maken dat er buurtteams actief zijn in de wijk. Maar het bleef niet bij een opgeruimde straat. De actie was het startpunt van een veel bredere beweging richting een groenere, duurzamere en socialere buurt.

Van actie naar activatie

Buurtteam Willis Groen & Sociaal haakte op aan bij de Landelijke Opschoondag. Met hesjes, flyers, posters en een oproep via hun mailinglijst uit Buurkracht Online trokken bewoners de wijk in. Naast een flinke berg afval leverde de actie ook nieuwe gezichten op. Een van de deelnemers sloot zich direct aan bij het buurtteam. De prikactie was een groot succes en wordt nu elke twee maanden herhaald.  “We wilden zichtbaar worden in de buurt en een laagdrempelige manier bieden om aan te haken,” vertelt buurtbegeleider Kitty de Hek. “En dat is gelukt. Er zit nu echt beweging in de wijk.”

Twee teams met elk een eigen thema

Wat begon met een paar initiatiefnemers groeide uit tot twee actieve buurtteams. Team Energie (8 leden) onderzoekt de mogelijkheden rond hybride warmtepompen. Ze willen een lokale duurzame huizenroute organiseren, waarbij buren die al stappen hebben gezet hun ervaringen delen. Op die manier kunnen geïnteresseerden ontdekken of een warmtepomp bij hen past en welke voorbereidende stappen zij eerst nog kunnen zetten. Daarnaast verkennen ze de mogelijkheden voor deelauto’s in de buurt. Team Groen & Sociaal (11 leden) richt zich op vergroening én verbinding. Zij willen onder andere aan de slag met biodiversiteit, door extra bloemen te planten en groene daken. De gemeente ondersteunt de bewoners met materialen en denkt mee over vergroening van de openbare ruimte. Binnenkort wordt er gesproken over een bloembollenactie en de mogelijkheid voor groenadoptie.

Samen de buurt sterker maken

De bewoners van Willis hebben een duidelijke aanpak gekozen: klein beginnen, zichtbaar zijn, en zo samen doorgroeien. Door het laaghangend fruit eerst te plukken – zoals een afvalprikactie – ontstaat er ruimte voor grotere plannen en meer betrokkenheid. Na het succes van de eerste afvalprikactie heeft het team besloten elke twee maanden samen afval te prikken in de buurt. Een mooie basis om samen de buurt sterker te maken!

Wil jij ook een afvalprikactie opzetten in je buurt? Download ons handige stappenplan